De zielenvisserij

De_zielenvisserij

Onderzoek begint bij nieuwsgierigheid. Deze docent geschiedenis prikkelt haar mavo-2 klas om actief en langdurig te kijken naar een schilderij. Haar leerlingen gaan vanzelf vragen stellen aan zichzelf en aan elkaar. De betrokkenheid bij een complex onderwerp wordt ‘aangezet’.

‘De opstand in De Nederlanden’, oftewel ‘De tachtigjarige oorlog’, is een onderwerp dat tijdens mijn geschiedenislessen voor de tweedejaars aan bod komt. Om dit onderwerp in te leiden, maak ik gebruik van het schilderij ‘De zielenvisserij’ uit 1614. Een afbeelding is te vinden op de website van het Rijksmuseum.

‘Wat zie je?’ is de eerste vraag aan de leerlingen. Ze buigen zich in kleine groepjes over een print van dit schilderij en schrijven zo veel mogelijk zaken op die ze zien. Ik stimuleer ze om dit te doen onder interpretaties of verklaringen te geven en om zoveel mogelijk te noemen.

“Ik zie een rivier met bootjes en mensen die hierin willen.”

“Ik zie een regenboog.”

“Ik zie twee oevers met heel veel mensen. Ze hebben ‘ouderwetse’ kleren aan.”

“Op iedere oever staat een boom. Hé! De boom op de rechteroever ziet er anders uit dan de boom links..”

Na het uitgebreid opsommen van waarnemingen stel ik de vraag:

“Wat denk je daarbij?”

Allerlei verklaringen passeren de revue en zorgen voor discussie. Zou het iets met geloof en doopsel te maken kunnen hebben? Of een overstroming? De leerlingen zijn nieuwsgierig naar de ‘echte’ verklaring. Ze stellen zichzelf vragen zoals “Wie zijn de mensen op de twee oevers? En: “Wat doen de bootjes daar?”

Ik vertel dat het schilderij ‘De zielenvisserij’ heet en dat de mensen op de twee oevers katholieken en protestanten zijn. Kunnen de leerlingen ontdekken bij welke groep de schilder zelf hoort? Ja hoor, dat kunnen ze wel!

Binnenkort staat er een bezoek aan het Rijksmuseum gepland. Ik ben benieuwd hoe de leerlingen gaan reageren als ze dit schilderij in het echt gaan zien!

Mayke Eckhardt, docent geschiedenis bij het Jan Tinbergen College in Roosendaal

De mummie van Christo

mummie

Als ze met haar onderbouwgroep het thema Het Oude Egypte verkent, merkt Dymph van Griensven dat de betrokkenheid van de kinderen de kant van mummies op gaat. Ze besluit een mini-les over mummies te improviseren. De leerlingen verbazen zich erover dat ook katten ingepakt werden. Ze gaan zelf aan de slag en pakken hun knuffels in. Het project eindigt met een levensechte tentoonstelling.

“Ik wil de auto van mijn vader wel inpakken en over de wolken crossen,” vertelt een leerling tijdens een kringgesprek.

“Dat kan helemaal niet, dat is veel te groot!” reageert een ander.

“Wel waar, dat kan wel!” zegt de leerling.

Kun je álles inpakken? Ik laat de groep afbeeldingen zien van het werk van kunstenaar Christo. Hij staat bekend om zijn ‘inpakkunst’ en heeft grote gebouwen en bruggen ingepakt. Er gaat een wereld voor ze open.

“De lucht kun je niet inpakken!” reageert er een. “Jawel hoor,” roept een andere leerling, “met een ballon.” De groep gaat helemaal los.

Egypte raakt op de achtergrond; iedereen gaat van alles inpakken. Wat zie je? Wat voor een vorm heeft het voorwerp? De leerlingen raken in de ban van contouren, ze voelen en ruiken, alle zintuigen komen aan bod.

Mijn groep sluit het thema af met een tentoonstelling. Er worden rondleidingen gegeven en leerlingen vertellen over het werk van Christo. Eén leerling heeft zichzelf met wc-papier als mummie ingepakt en gaat twee uur doodstil op een stoel zitten met een bordje erbij: levende kunstenaar-mummie, nu zie je mij anders!

Dymph van Griensven, leerkracht primair onderwijs

De koffer van de meester

cropped-sam2.jpg

Tijdens zijn stage nam Jillis Verbeek elke dag een koffer mee naar groep 1/2. Iedere dag zat er iets anders in dat aansloot bij de activiteiten van die dag. De koffer verbeeldde voor hemzelf, en ook voor de kleuters, de gastrol die hij ‘speelde’ als stagiair bij deze groep. Al snel was hij voor hen ‘de meester met de koffer.

“Meester, heb je de koffer weer bij je? Wat zit er vandaag in?”

Iedere dag stelden de leerlingen deze vragen. En iedere dag zat er iets anders in mijn koffer.

Bij taallessen kwam er een letter uit. De letter(greep) ee zat onder het zand op de bodem van de zee (in de koffer). Arie de Letterkanarie, onderdeel van lesmethode ‘Villa Letterpret’, dook onder water om de ee op te duiken.

Ook kwam er een keer een spannende schatkaart uit de koffer. De kleuters moesten op zoek naar de drie geheime woorden door goed te kijken wat er op een drietal plaatjes was afgebeeld, van bovenaf gefotografeerd. Fiets, boot, katten.

Bij rekenen had ik een grappig aapje in de koffer gedaan. Slaapaap heette hij. Ik vertelde dat ik eigenlijk Rekenaap had uitgenodigd om mee te komen, maar die was zo druk met rekenen dat hij Slaapaap stuurde om mij te helpen bij de lessen. Maar Slaapaap sliep natuurlijk de hele tijd, liggend in de koffer. Voordeel was dat ik de kleuters zelf aan het werk kon zetten met rekenen, in stilte om Slaapaap niet wakker te maken.

De koffer bood de kinderen iedere dag een spannend vooruitzicht, waardoor ze langer gemotiveerd bleven voor een les.

Jillis Verbeek, leerkracht primair onderwijs

De vijftien vragen

cropped-toevalgezocht.jpg

De vragen in dit bericht zijn door één persoon verzameld. Zij nam de uitdaging aan zo veel mogelijk vragen voor leerlingen te zoeken waarin het gewone ongewoon wordt. Welke vraag vind jij mooi om aan je groep te stellen?

  1. Hoe zou je muziek kunnen tekenen?
  2. Welk bewegend voorwerp kun je maken met de voorwerpen in je rommellaatje?
  3. Hoe maak je een schilderij met je lichaam als kwast?
  4. Kun je je humeur vangen in een glazen potje?
  5. Van wie is deze sleutel en wat wil deze persoon bewaren?
  6. Wat zit er in het sleutelgat verborgen?
  7. Hoe ziet dit dier eruit als fossiel?
  8. Zou je kunnen schilderen met een hamer, pollepel en pureestamper?
  9. Hoe ziet een beest eruit dat beweegt door de wind?
  10. Hoe kun je een steen laten vliegen?
  11. Hoe dansen mensen in Oelaloela, die nog nooit een dans zagen?
  12. Hoe kun je deze materialen met elkaar verbinden, zodat het een machine wordt?
  13. Kun je in een tekening laten zien hoe je een olifant weegt?
  14. Kun je iets uitvinden (geen wekker!) waardoor ik op tijd wakker wordt?
  15. Hoe ziet de binnenkant van je hoofd eruit?

Ilona van den Koedijk, projectleider Muzerije, Centrum voor de Kunsten

De echokoffer

kleinebeverecho

Na het voorlezen van ‘Kleine Bever en de echo’ speelt de koffer van de meester een belangrijke rol om groep 1/2 te enthousiasmeren en een eenvoudig ritme te laten klappen. Zo leuk is muziekonderwijs! 

Ik zet mijn koffer midden in de kring. Het is een heel bijzondere koffer, let maar eens op…

Ik roep “Haaallo!” in de koffer en luister dan aandachtig of ik iets hoor.

Hé, wat vreemd, ik hoor niks, het blijft stil.

Ik roep nog eens: “Haaaaallo!” Horen we nu iets? Ik luister weer aandachtig. Dat gaat zo even door.

Op een gegeven moment zijn er kinderen die “hallo” terugroepen.

Hé, hoor ik dat goed? Een echo! Ja, mijn echokoffer doet het weer! Mijn vriendje is terug! Eens even kijken wat hij nog meer kan.

Ik roep van alles in de koffer, wat de leerlingen vervolgens nadoen. De ene keer heel hard, de andere keer fluisterend.

Daarna laat ik enkele kinderen in de koffer roepen. Doet de koffer het nu ook?

Ik klap boven de koffer. 1x, 2x, 5x… De kinderen doen dit na. Dan klap ik een aantal keer snel en de kinderen doen dat ook na. Vervolgens klap ik een paar keer heel langzaam, en zo ga ik allengs naar het klappen van een simpel ritme.

Als dat gelukt is, mogen de kinderen één voor één in de echokoffer klappen, en klapt de groep het ritme na.

Jillis Verbeek, leerkracht primair onderwijs

Juf, ik kan de cha-cha-cha!

cha-cha-cha  IMG_1065  

Onlangs was Ingrid Ruijgh op een basisschool in Vught, waar ze een muziekles meemaakte voor groep 3/4, uitgevoerd door muziekdocent Esmee Olthuis. Doel van de les was om op een onderzoekende wijze kennis te maken met de klankeigenschappen van de door de school nieuw aangeschafte instrumenten.

Voordat Esmee ook maar kon beginnen stak een meisje haar vinger op en kon niet wachten met haar boodschap: ”Juf, ik kan de cha-cha-cha!”

Vanaf dat moment ging de hele les over het ritme van de cha-cha-cha. De leerlingen hebben vol overgave gedanst op dit ritme, het ritme is op allerlei instrumenten uitgevoerd, er is alleen gemusiceerd en samen, er is geïmproviseerd, er zijn woorden gezocht die bij het ritme passen, lettergrepen zijn geteld. Er is een prentenboek bekeken dat de groepsdocent aan het voorlezen was, daaruit is een klankverhaal ontstaan dat de leerlingen, na klankonderzoek van de instrumenten, al musicerend hebben meegespeeld. Er is vakoverstijgend gewerkt en de leerlingen hebben ontdekt, gecreëerd en gereflecteerd!

Ingrid Ruijgh, consulent muziek

De kubus en de kunstenaar

kubus

Het onderstaande verhaal had ook in de categorie ‘Het gewone ongewoon maken’ kunnen passen. Maar deze leerkracht heeft een bijzondere manier gevonden om zijn groep te interesseren voor een hedendaags kunstwerk. Zou dit werk zonder deze introductie ook de interesse van zijn groep wekken? Wat denk jij?

Ik sta voor de groep met een lege doos onder mijn arm en zeg: “Er zit iets bijzonders in deze doos. Hij zit helemaal vol, tot de rand toe vol. Wacht, ik zal proberen de doos leeg te krijgen.” Ik houd de lege doos ondersteboven en schud. Dan zet ik hem op de grond en begin de doos leeg te scheppen. Nee, hij blijft vol. Hoe kan dat?

De kinderen roepen enthousiast: “Lucht! De doos is gevuld met lucht!”

Ik vertel: “Overal om ons heen is lucht. Zwaai maar eens heel hard met je arm op en neer, dan voel je de lucht langs je arm glijden. Wind is eigenlijk lucht in beweging.”

En ik vervolg: “Een kunstenaar ontdekte ooit dat iets wat leeg lijkt, zoals deze doos, toch vol is, met lucht. Hij maakte een stalen kubus die vanbinnen hol is, maar dus wel vol met lucht. Toch wilde hij dat de kubus vanbinnen echt helemaal leeg zou zijn. Hij besloot de lucht eruit te halen met een vacuümpomp.”

Ik laat de kinderen nadenken over de vraag: hoe zal de kubus eruitzien als je alle lucht eruit haalt? Ze maken hier uiterst geconcentreerd een tekening van.

We bekijken vervolgens samen de film, waarin te zien is hoe alle lucht uit de kubus wordt gehaald. Na de film komt de term ‘imploderen’ ter sprake.

Samen met de kinderen praat ik door over deze vragen: zou er telkens dezelfde vorm ontstaan? Waarom wel of waarom niet?

Jillis Verbeek, groepsleerkracht primair onderwijs