Dichters en kunstenaars

plint-posters-deel3

Voor de Kinderboekenweek kreeg een schoolteam de opdracht met hun groep gedichten te schrijven. Dat je dit heel goed kunt combineren met beeldende kunst bewijst het verhaal van deze leerkracht. En het vooruitzicht van een eigen dichtbundel zorgt voor een hoge betrokkenheid bij haar groep 4.

Verspreid door de school hangen veel posters van Plint, de organisatie die gedichten aan kunstwerken koppelt. Ik vertel mijn groep dat we volgende maand voor de Kinderboekenweek samen ook zo’n dichtbundel gaan maken. Vervolgens introduceer ik elke week een nieuwe kunstenaar. Picasso en Van Gogh komen aan bod, maar ook minder bekende kunstenaars zoals Giacometti en Moore. Bij iedere kunstenaar kies ik een ander materiaal. Er wordt geschilderd, getekend, met klei gewerkt enzovoort. Ook gaan we op pad om beelden in de openbare ruimte van het dorp te bekijken.

Tijdens de Kinderboekenweek stimuleren de gemaakte werkstukken de leerlingen tot het schrijven van prachtige, originele gedichten voor de dichtbundel. Ieder gedicht is op voorhand voorzien van een eigen ‘illustratie’.

Later hoor ik van een ouder dat ze met haar zoon van 9 nergens meer ‘gewoon’ voorbij een beeld kan lopen zonder dat hij het van alle kanten wil bekijken en becommentariëren. Missie geslaagd!

Dymph van Griensven, groepsleerkracht primair onderwijs

 

De kubus en de kunstenaar

kubus

Het onderstaande verhaal had ook in de categorie ‘Het gewone ongewoon maken’ kunnen passen. Maar deze leerkracht heeft een bijzondere manier gevonden om zijn groep te interesseren voor een hedendaags kunstwerk. Zou dit werk zonder deze introductie ook de interesse van zijn groep wekken? Wat denk jij?

Ik sta voor de groep met een lege doos onder mijn arm en zeg: “Er zit iets bijzonders in deze doos. Hij zit helemaal vol, tot de rand toe vol. Wacht, ik zal proberen de doos leeg te krijgen.” Ik houd de lege doos ondersteboven en schud. Dan zet ik hem op de grond en begin de doos leeg te scheppen. Nee, hij blijft vol. Hoe kan dat?

De kinderen roepen enthousiast: “Lucht! De doos is gevuld met lucht!”

Ik vertel: “Overal om ons heen is lucht. Zwaai maar eens heel hard met je arm op en neer, dan voel je de lucht langs je arm glijden. Wind is eigenlijk lucht in beweging.”

En ik vervolg: “Een kunstenaar ontdekte ooit dat iets wat leeg lijkt, zoals deze doos, toch vol is, met lucht. Hij maakte een stalen kubus die vanbinnen hol is, maar dus wel vol met lucht. Toch wilde hij dat de kubus vanbinnen echt helemaal leeg zou zijn. Hij besloot de lucht eruit te halen met een vacuümpomp.”

Ik laat de kinderen nadenken over de vraag: hoe zal de kubus eruitzien als je alle lucht eruit haalt? Ze maken hier uiterst geconcentreerd een tekening van.

We bekijken vervolgens samen de film, waarin te zien is hoe alle lucht uit de kubus wordt gehaald. Na de film komt de term ‘imploderen’ ter sprake.

Samen met de kinderen praat ik door over deze vragen: zou er telkens dezelfde vorm ontstaan? Waarom wel of waarom niet?

Jillis Verbeek, groepsleerkracht primair onderwijs