De echokoffer

kleinebeverecho

Na het voorlezen van ‘Kleine Bever en de echo’ speelt de koffer van de meester een belangrijke rol om groep 1/2 te enthousiasmeren en een eenvoudig ritme te laten klappen. Zo leuk is muziekonderwijs! 

Ik zet mijn koffer midden in de kring. Het is een heel bijzondere koffer, let maar eens op…

Ik roep “Haaallo!” in de koffer en luister dan aandachtig of ik iets hoor.

Hé, wat vreemd, ik hoor niks, het blijft stil.

Ik roep nog eens: “Haaaaallo!” Horen we nu iets? Ik luister weer aandachtig. Dat gaat zo even door.

Op een gegeven moment zijn er kinderen die “hallo” terugroepen.

Hé, hoor ik dat goed? Een echo! Ja, mijn echokoffer doet het weer! Mijn vriendje is terug! Eens even kijken wat hij nog meer kan.

Ik roep van alles in de koffer, wat de leerlingen vervolgens nadoen. De ene keer heel hard, de andere keer fluisterend.

Daarna laat ik enkele kinderen in de koffer roepen. Doet de koffer het nu ook?

Ik klap boven de koffer. 1x, 2x, 5x… De kinderen doen dit na. Dan klap ik een aantal keer snel en de kinderen doen dat ook na. Vervolgens klap ik een paar keer heel langzaam, en zo ga ik allengs naar het klappen van een simpel ritme.

Als dat gelukt is, mogen de kinderen één voor één in de echokoffer klappen, en klapt de groep het ritme na.

Jillis Verbeek, leerkracht primair onderwijs

Juf, ik kan de cha-cha-cha!

cha-cha-cha  IMG_1065  

Onlangs was Ingrid Ruijgh op een basisschool in Vught, waar ze een muziekles meemaakte voor groep 3/4, uitgevoerd door muziekdocent Esmee Olthuis. Doel van de les was om op een onderzoekende wijze kennis te maken met de klankeigenschappen van de door de school nieuw aangeschafte instrumenten.

Voordat Esmee ook maar kon beginnen stak een meisje haar vinger op en kon niet wachten met haar boodschap: ”Juf, ik kan de cha-cha-cha!”

Vanaf dat moment ging de hele les over het ritme van de cha-cha-cha. De leerlingen hebben vol overgave gedanst op dit ritme, het ritme is op allerlei instrumenten uitgevoerd, er is alleen gemusiceerd en samen, er is geïmproviseerd, er zijn woorden gezocht die bij het ritme passen, lettergrepen zijn geteld. Er is een prentenboek bekeken dat de groepsdocent aan het voorlezen was, daaruit is een klankverhaal ontstaan dat de leerlingen, na klankonderzoek van de instrumenten, al musicerend hebben meegespeeld. Er is vakoverstijgend gewerkt en de leerlingen hebben ontdekt, gecreëerd en gereflecteerd!

Ingrid Ruijgh, consulent muziek

Kleuren en emoties

MATTENDansparels

Dans begint met emotie, zegt dansdocent Angelique Alma. Om haar leerlingen dit te laten ervaren, bedacht ze deze betekenisvolle les met vragen waar geen fout antwoord op kan volgen.

Op de vloer in de gymzaal leg ik overal gekleurde vellen neer.

Ik wil het met de kinderen over emoties hebben.

Ik vraag: “Waar denk je aan bij de kleur groen?”

Allerlei verschillende antwoorden volgen elkaar op: van gras tot een groen stoplicht. Bij rood varieert het van lippenstift tot smeulend vuur.

Ik laat de kinderen een kleur kiezen waar ze bij gaan staan. Ze krijgen de opdracht om een beweging te zoeken bij deze kleur, iets dat laat zien welke betekenis de kleur voor hen heeft. Bijvoorbeeld: rennen door het groene gras. De leerlingen zweven vervolgens door de blauwe lucht of rollen door het gele zand.

Daarna vraag ik de kinderen wat ze voelen bij een bepaalde kleur. Deze vraag is wat moeilijker, maar doordat ze eerst aan iets concreets hebben gewerkt, wordt het makkelijker om er een gevoel bij te hebben. Vrolijk door het groene gras, ontspannen in de gele zon, bang in het donkere zwart, blij door de blauwe lucht zweven of zwemmen in het blauwe water.

Elk gevoel is goed, want iedereen heeft een ander gevoel bij een andere kleur.

Dan komt natuurlijk de vraag: “Hoe beeld je zonder woorden uit dat je boos bent of bang?”

“Dan moet je ergens aan denken!” roepen de kinderen. “Als ik denk aan een spin, ben ik bang, dan kruip ik in een hoekje of ren ik héél hard weg en gil. Of ga ik hard stampen!”

En dat kun je laten zien in een dans!

Angelique Alma, vakdocent dans