De kubus en de kunstenaar

kubus

Het onderstaande verhaal had ook in de categorie ‘Het gewone ongewoon maken’ kunnen passen. Maar deze leerkracht heeft een bijzondere manier gevonden om zijn groep te interesseren voor een hedendaags kunstwerk. Zou dit werk zonder deze introductie ook de interesse van zijn groep wekken? Wat denk jij?

Ik sta voor de groep met een lege doos onder mijn arm en zeg: “Er zit iets bijzonders in deze doos. Hij zit helemaal vol, tot de rand toe vol. Wacht, ik zal proberen de doos leeg te krijgen.” Ik houd de lege doos ondersteboven en schud. Dan zet ik hem op de grond en begin de doos leeg te scheppen. Nee, hij blijft vol. Hoe kan dat?

De kinderen roepen enthousiast: “Lucht! De doos is gevuld met lucht!”

Ik vertel: “Overal om ons heen is lucht. Zwaai maar eens heel hard met je arm op en neer, dan voel je de lucht langs je arm glijden. Wind is eigenlijk lucht in beweging.”

En ik vervolg: “Een kunstenaar ontdekte ooit dat iets wat leeg lijkt, zoals deze doos, toch vol is, met lucht. Hij maakte een stalen kubus die vanbinnen hol is, maar dus wel vol met lucht. Toch wilde hij dat de kubus vanbinnen echt helemaal leeg zou zijn. Hij besloot de lucht eruit te halen met een vacuümpomp.”

Ik laat de kinderen nadenken over de vraag: hoe zal de kubus eruitzien als je alle lucht eruit haalt? Ze maken hier uiterst geconcentreerd een tekening van.

We bekijken vervolgens samen de film, waarin te zien is hoe alle lucht uit de kubus wordt gehaald. Na de film komt de term ‘imploderen’ ter sprake.

Samen met de kinderen praat ik door over deze vragen: zou er telkens dezelfde vorm ontstaan? Waarom wel of waarom niet?

Jillis Verbeek, groepsleerkracht primair onderwijs

De afstandsbediening

dans7Kun je dansonderwijs geven als je zelf niet goed kunt dansen? Met een beetje vakkennis en een alledaags voorwerp in de leeromgeving misschien wel. Lees het onderstaande verhaal maar van deze dansdocent en beantwoord de vraag voor jezelf.

Ik neem een afstandsbediening mee van een cd-speler en leg die in het midden van de kring. Gaan we eerst muziek luisteren? vragen de kinderen zich af.

Nee, we gaan meteen beginnen.

Ik zet de muziek aan en laat de kinderen zich verplaatsen door de zaal, kriskras door elkaar. Huppelen, galop, springen, trippelen enzovoort.

Dan pak ik de afstandsbediening en druk op de pauzeknop. De muziek stopt. De kinderen staan meteen stil. Ik vraag wie er nog meer knoppen weet en wat die knoppen op de afstandsbediening betekenen. Pauze!, snel vooruit!, juist achteruit! wordt er geroepen.

Ik vraag de kinderen hoe ze bewegen als ik de fast forward-, de pauze- of slow-motion-knop indruk en zet de muziek weer aan. Het is mooi om te zien hoe iedereen er een eigen invulling aan geeft.

Na deze oefening leer ik de kinderen een combinatie van 4×8 tellen aan. De groep wordt in drieën gedeeld. Iedere groep krijgt de opdracht de combinatie te veranderen; groep 1 met de pauze-knop, groep 2 met de slow-motion-knop, en groep 3 met de fast-forward-knop.

Natuurlijk hadden ‘achteruit spoelen’ en ‘repeat’ ook gekund.

De kinderen laten elkaar zien wat ze hebben gemaakt. Ik laat de anderen vervolgens raden welke knop van de afstandsbediening gebruikt is.

Bij de volgende opdracht gaan we een dans met drie knoppen uitvoeren. Om de dans van ieder groepje gelijk te krijgen moeten de kinderen afspreken welke beweging veranderd moet worden en hoe lang die beweging of pauze duurt. Best moeilijk om dit democratisch te doen, maar ze gaan ervoor!

Angelique Alma, o.a. vakdocent dans bij Muzelinck, Centrum voor de Kunsten

Gedicht van Sam en Lieke

Dromen in mijn bed

Dat is dolle pret

Dan droom ik over een koe

En die zegt boe (en die is meestal moe)

Dan ga ik naar het paradijs

En dan op reis

(En dan) met de trein naar Parijs!

Op school wordt in groep 4 gewerkt aan gedichten. Die middag komen ouders kijken, dus de kinderen willen er iets moois van maken. Maar hoe kun je van een gedicht nu iets  maken dat leuk is om naar te kijken en te luisteren? 

De kinderen willen heel graag een gedicht rappen. Ze kiezen één gedicht uit. Het gedicht van Sam en Lieke. Dan vraag ik of ze in groepjes alle plekken kunnen uitbeelden die in het gedicht genoemd werden. Alle kinderen gaan druk aan de slag en oefenen verschillende houdingen. Daarbij moeten ze het bijbehorende stuk tekst in een ritme zingen. Hard of zacht. Snel of langzaam. Aan het eind van de workshop laten de groepjes aan elkaar hun ‘rapversie’ van het gedicht horen en zien. En het publiek zit op het puntje van de stoel!

Lilian van Overbeek, vakdocent drama

Kleuren en emoties

MATTENDansparels

Dans begint met emotie, zegt dansdocent Angelique Alma. Om haar leerlingen dit te laten ervaren, bedacht ze deze betekenisvolle les met vragen waar geen fout antwoord op kan volgen.

Op de vloer in de gymzaal leg ik overal gekleurde vellen neer.

Ik wil het met de kinderen over emoties hebben.

Ik vraag: “Waar denk je aan bij de kleur groen?”

Allerlei verschillende antwoorden volgen elkaar op: van gras tot een groen stoplicht. Bij rood varieert het van lippenstift tot smeulend vuur.

Ik laat de kinderen een kleur kiezen waar ze bij gaan staan. Ze krijgen de opdracht om een beweging te zoeken bij deze kleur, iets dat laat zien welke betekenis de kleur voor hen heeft. Bijvoorbeeld: rennen door het groene gras. De leerlingen zweven vervolgens door de blauwe lucht of rollen door het gele zand.

Daarna vraag ik de kinderen wat ze voelen bij een bepaalde kleur. Deze vraag is wat moeilijker, maar doordat ze eerst aan iets concreets hebben gewerkt, wordt het makkelijker om er een gevoel bij te hebben. Vrolijk door het groene gras, ontspannen in de gele zon, bang in het donkere zwart, blij door de blauwe lucht zweven of zwemmen in het blauwe water.

Elk gevoel is goed, want iedereen heeft een ander gevoel bij een andere kleur.

Dan komt natuurlijk de vraag: “Hoe beeld je zonder woorden uit dat je boos bent of bang?”

“Dan moet je ergens aan denken!” roepen de kinderen. “Als ik denk aan een spin, ben ik bang, dan kruip ik in een hoekje of ren ik héél hard weg en gil. Of ga ik hard stampen!”

En dat kun je laten zien in een dans!

Angelique Alma, vakdocent dans

De tafel en de stoel

tafel_stoelDSCN7429

Wat is er gewoner dan het tafeltje waar je elke dag aan zit? En je stoel, wat weet je daarvan? In het verhaal van deze leerkracht worden tafel en stoel ongewoon gemaakt, en daarmee objecten van onderzoek.

De leerlingen komen het handvaardigheidslokaal binnen. In het midden staat iets verborgen onder een laken.

“Wat zit daaronder?” vragen ze.

“Ik zal het zo vertellen,” zeg ik. Ze zoeken snel een plekje en ik ga verder: “Hieronder staan een stoel en een tafel uit jullie klas. Ik haal het laken er nog niet af, want ik ben benieuwd wat jullie allemaal weten over jullie eigen stoelen en tafels. Je zit er elke dag op en aan. Hoe zien ze eruit?”

De reacties volgen elkaar op. De leerlingen kunnen samen best veel benoemen, tot en met kleine details.

“Wow, jullie hebben veel beschreven. We gaan kijken of het allemaal klopt.” Het laken gaat eraf. De leerlingen zien dat ze veel goed benoemd hebben, maar veel ook niet.

“Ik heb hier allerlei materiaal en gereedschap,” ga ik verder. “Kartonnen platen, kleine en grote kokers, golfkarton, tape, scharen, papier, behangplaksel. We gaan de stoel en tafel namaken op ware grootte, met al deze materialen.”

Ik laat een paar dingen zien om ze op weg te helpen. Bijvoorbeeld: hoe maak je een bocht in een kartonnen koker? Je maakt eerst drie of vier inkepingen in de koker, en daarna buig je hem in de goede bocht, zoals de bocht bij de tafel of stoel. Om de bocht te verstevigen tape je hem goed in. De kleuren maak je zelf door verf te mengen. De leerlingen gebruiken een boek over kleurenleer. Met stevige tape plakken ze alles aan elkaar.

“Kijk steeds goed naar tafel en stoel en vergelijk afmetingen, bochten en kleuren. Veel succes!”

Jillis Verbeek, leerkracht primair onderwijs

4tafelenstoel

Levende poppen

levende_poppenSoms heb je met je hele team een creatieve workshopmiddag gepland. Je ontwikkelt zelf ook een les voor je groep, binnen een specifiek kunstvak. Dat kost tijd. En die heb je eigenlijk niet. Lilian van Overbeek laat zien dat het ook anders kan, als je lef hebt!

Buiten was het grijs en het miezerde. De kinderen van groep 5/6 kwamen binnen voor hun theaterworkshop. Ze gingen tikkertje doen tussen de blokken die ik had klaargezet.

Een meisje klom op een blok en ik zette heel rustige muziek op van Kitaro. En ik wachtte af.

Het meisje begon in slow motion te bewegen. Ik wees de andere kinderen op haar bewegingen, wat zou ze aan het doen zijn?

Een leerling verzon dat ze een pop was die langzaam tot leven kwam. Dat wilden de andere kinderen ook wel zijn. We zetten nog meer lange blokken verspreid over de vloer, en alle kinderen verzonnen een eigen manier om erop en eraf te komen. Elke pop kreeg een eigen karakter. Ze ontdekten steeds meer manieren om in slow motion van de blokken af te komen.

De hele les draaide om de poppen die tot leven kwamen.

Lilian van Overbeek, vakdocent drama