Kleuren en emoties

MATTENDansparels

Dans begint met emotie, zegt dansdocent Angelique Alma. Om haar leerlingen dit te laten ervaren, bedacht ze deze betekenisvolle les met vragen waar geen fout antwoord op kan volgen.

Op de vloer in de gymzaal leg ik overal gekleurde vellen neer.

Ik wil het met de kinderen over emoties hebben.

Ik vraag: “Waar denk je aan bij de kleur groen?”

Allerlei verschillende antwoorden volgen elkaar op: van gras tot een groen stoplicht. Bij rood varieert het van lippenstift tot smeulend vuur.

Ik laat de kinderen een kleur kiezen waar ze bij gaan staan. Ze krijgen de opdracht om een beweging te zoeken bij deze kleur, iets dat laat zien welke betekenis de kleur voor hen heeft. Bijvoorbeeld: rennen door het groene gras. De leerlingen zweven vervolgens door de blauwe lucht of rollen door het gele zand.

Daarna vraag ik de kinderen wat ze voelen bij een bepaalde kleur. Deze vraag is wat moeilijker, maar doordat ze eerst aan iets concreets hebben gewerkt, wordt het makkelijker om er een gevoel bij te hebben. Vrolijk door het groene gras, ontspannen in de gele zon, bang in het donkere zwart, blij door de blauwe lucht zweven of zwemmen in het blauwe water.

Elk gevoel is goed, want iedereen heeft een ander gevoel bij een andere kleur.

Dan komt natuurlijk de vraag: “Hoe beeld je zonder woorden uit dat je boos bent of bang?”

“Dan moet je ergens aan denken!” roepen de kinderen. “Als ik denk aan een spin, ben ik bang, dan kruip ik in een hoekje of ren ik héél hard weg en gil. Of ga ik hard stampen!”

En dat kun je laten zien in een dans!

Angelique Alma, vakdocent dans

De tafel en de stoel

tafel_stoelDSCN7429

Wat is er gewoner dan het tafeltje waar je elke dag aan zit? En je stoel, wat weet je daarvan? In het verhaal van deze leerkracht worden tafel en stoel ongewoon gemaakt, en daarmee objecten van onderzoek.

De leerlingen komen het handvaardigheidslokaal binnen. In het midden staat iets verborgen onder een laken.

“Wat zit daaronder?” vragen ze.

“Ik zal het zo vertellen,” zeg ik. Ze zoeken snel een plekje en ik ga verder: “Hieronder staan een stoel en een tafel uit jullie klas. Ik haal het laken er nog niet af, want ik ben benieuwd wat jullie allemaal weten over jullie eigen stoelen en tafels. Je zit er elke dag op en aan. Hoe zien ze eruit?”

De reacties volgen elkaar op. De leerlingen kunnen samen best veel benoemen, tot en met kleine details.

“Wow, jullie hebben veel beschreven. We gaan kijken of het allemaal klopt.” Het laken gaat eraf. De leerlingen zien dat ze veel goed benoemd hebben, maar veel ook niet.

“Ik heb hier allerlei materiaal en gereedschap,” ga ik verder. “Kartonnen platen, kleine en grote kokers, golfkarton, tape, scharen, papier, behangplaksel. We gaan de stoel en tafel namaken op ware grootte, met al deze materialen.”

Ik laat een paar dingen zien om ze op weg te helpen. Bijvoorbeeld: hoe maak je een bocht in een kartonnen koker? Je maakt eerst drie of vier inkepingen in de koker, en daarna buig je hem in de goede bocht, zoals de bocht bij de tafel of stoel. Om de bocht te verstevigen tape je hem goed in. De kleuren maak je zelf door verf te mengen. De leerlingen gebruiken een boek over kleurenleer. Met stevige tape plakken ze alles aan elkaar.

“Kijk steeds goed naar tafel en stoel en vergelijk afmetingen, bochten en kleuren. Veel succes!”

Jillis Verbeek, leerkracht primair onderwijs

4tafelenstoel

Levende poppen

levende_poppenSoms heb je met je hele team een creatieve workshopmiddag gepland. Je ontwikkelt zelf ook een les voor je groep, binnen een specifiek kunstvak. Dat kost tijd. En die heb je eigenlijk niet. Lilian van Overbeek laat zien dat het ook anders kan, als je lef hebt!

Buiten was het grijs en het miezerde. De kinderen van groep 5/6 kwamen binnen voor hun theaterworkshop. Ze gingen tikkertje doen tussen de blokken die ik had klaargezet.

Een meisje klom op een blok en ik zette heel rustige muziek op van Kitaro. En ik wachtte af.

Het meisje begon in slow motion te bewegen. Ik wees de andere kinderen op haar bewegingen, wat zou ze aan het doen zijn?

Een leerling verzon dat ze een pop was die langzaam tot leven kwam. Dat wilden de andere kinderen ook wel zijn. We zetten nog meer lange blokken verspreid over de vloer, en alle kinderen verzonnen een eigen manier om erop en eraf te komen. Elke pop kreeg een eigen karakter. Ze ontdekten steeds meer manieren om in slow motion van de blokken af te komen.

De hele les draaide om de poppen die tot leven kwamen.

Lilian van Overbeek, vakdocent drama