De wandeling en de wens

Met een goed verhaal kun je bij kinderen altijd wel binnenkomen. En zeker als ze zelf mogen bedenken wat er gebeurt! Deze fantasiewandeling bevat kleine muzikale theateropdrachten en creatieve vragen voor onderweg. Ook eens proberen? Als leraar kun je de route uitstippelen, maar vergeet niet om af en toe een onbekend paadje in te slaan.

We gaan allemaal in een kring staan. Ik vertel dat we langs een meer lopen, over een strand. We voelen het zand onder onze voeten. Plotseling zakken we weg in een kuil! Hoe laat je zien dat het pijn doet? De kinderen huilen, pakken hun voet beet en maken pijnlijke gezichten. We gaan verder…

We lopen verder. Mijn voet voelt iets hards. Wat is dat? “Een beker!” roept een kind. Er zit een briefje in: “Als je deze tinnen beker vindt: wrijf erover, zing en doe een wens!” De kinderen zingen op de melodie van “Altijd is Kortjakje ziek” de volgende tekst: “Als je deze beker vindt, doe een wens en wrijf je lens!”

Het meer begint te borrelen. Hoe maken we samen dat geluid? Harder en dan weer zachter…Dan verschijnt er een gezicht in de mist. “Ik ben de Geest van de Afgraving, wie komt mijn rust verstoren?” We mogen een wens doen. Wat is onze wens? “Ik wil schaatsen over het bevroren meer!” roepen ze. “Hoe ziet dat eruit?”, vraag ik. We trekken allemaal onze nieuwe schaatsen aan en schaatsen over het meer! Joehee!

wandeling_en_wensLilian van Overbeek, vakdocent drama

De geheime dichter

de_geheime_dichter

Welke bijzondere dingen doen jouw leerlingen af en toe? En hoe geef je ze een podium? Onderstaand verhaal is een mooi voorbeeld van wat we ‘eerlijk voortrekken’ kunnen noemen: talenten van kinderen af en toe wat extra aandacht geven in de klas. Deel ook jouw verhalen op deze blog! Doe mee!

Vonden alle kinderen vanmorgen ineens in hun bakje dit gedicht:

Alles in de zee

vissers vissen vissen

vissen springen

uit en in

 

schelpen in het water

rapen en bewaren

planten in het water

koraal

 

kriebelig en glibberig

als vissen langs je hand

Geroezemoes, gebabbel, hè wat is dat nou? Een gedicht? Heb jij er ook één? Wat gek, wat grappig, hé dat gaat over ons thema, wat een mooie woorden, kan koraal wel langs je hand glibberen als een vis?

Een prachtig gesprek ontspon zich in de klas toen de leerkracht zich hardop afvroeg of alles in de zee buiten de zee nog net zo mooi zou zijn.

Wat knap van de dichter dat hij zoveel opriep dat de hele groep erover spreken kon. Maar wie was die dichter eigenlijk?

Die  dichter, zeven jaar oud, zat gewoon tussen de andere kinderen, een beetje verlegen, heel erg trots te zijn. Want de dichter had in het geheim met de juf samen al die blaadjes in de laatjes van haar klasgenootjes gestopt. Hoe kun jij dat? vroegen ze zich af, en kan ik dat ook misschien?

Renske van Dillen, docent onderzoeksvaardigheden & literatuur

De eerste communie van juf Lisette

communie

Welke lessen uit jouw eigen jeugd herinner jij je nog? Grote kans dat het een les betrof waarin de leraar iets persoonlijks vertelde of meebracht. In dit verhaal brengt Juf Lisette een oude foto mee. Dit mondt uit in een erfgoedles waarin leerlingen ontdekken wat tradities zijn en hoe deze kunnen veranderen door de jaren heen.

De opdracht voor het team was om met erfgoed in je eigen omgeving een les voor te bereiden. Aan de hand van een schema met de te behandelen thema’s voor de komende periode ging juf Lisette aan de slag. In mei doen veel leerlingen in haar klas de communie, dus daar wilde ze aandacht aanbesteden. Ze start met een foto van zichzelf in haar communiejurkje en vertelde daarbij hoe zij zich voelde: spanning, kriebels in de buik…En ze vertelt over de rituelen en gewoonten die bij haar communieviering gepaard gingen. Vervolgens laat ze de leerlingen vertellen over hoe zij de eerste communie ervaren, welke tradities daarbij horen en wat voor kleding ze aan doen. Wat is er veel veranderd! Maar de spanning en kriebels zijn hetzelfde gebleven..!

Dieuwertje de Nigtere, medewerker educatie Erfgoed Brabant

Ambassadeurs van creativiteit

tekening

Stel, je vindt als leerkracht het creatieve proces belangrijker dan een mooi eindresultaat. Jouw leerlingen maken iets persoonlijks, iets met een verhaal. Maar wat ze maken, roept niet als vanzelf de bewondering van ouders op. Hoe ga je hiermee om? Ingrid Ruijgh deed het als muziekdocent op deze manier.

In mijn lespraktijk als dwarsfluitdocent maakte ik geregeld mee dat veel ouders vinden dat kinderen bij muziekles vooral “noten moet leren”. Het kwam ook vaak voor dat een ouder na de les aan het kind vroeg: “En, wat heb je geleerd?” En het kind zei: “O… niks!”

Dat bracht mij op het idee om mijn leerlingen ambassadeurs te maken van hun eigen creatieve proces. Ik liet hen muziekstukken maken door aan te rommelen, te onderzoeken, ervaren en benoemen. Ze kregen de opdracht thuis uit te leggen waarom we dat deden en daarbij lieten ze trots hun eigen gecomponeerde klanken horen. Natuurlijk kwam het noten lezen, spelenderwijs, ook goed en de leerlingen werden vrije, creatieve musici, met uiteindelijk trotse ouders!

Ingrid Ruijgh, consulent muziek

James en de 40 wezens

james

Tijdens een dramaworkshop verbeelden de leerlingen zich dat zij terechtkomen op de planeet waar James met zijn reuzenperzik is geland. Dramadocent Lilian van Overbeek doet de leerlingen, zogenaamd nonchalant, een voorstel dat een ‘brainstorm’ aan ideeën uitlokt.

We liggen in een kring, rondom een stuk papier. “Volgens mij kunnen we wel 20 wezens verzinnen die James kan tegenkomen op die planeet!” zeg ik.

“Mogen het ook niet-bestaande wezens zijn?” vraagt een leerling. Dat mag.

De kinderen verzinnen minstens 40 niet-bestaande wezens, die ik allemaal op het papier schrijf.

Daarna leg ik rollen zilverfolie klaar. De leerlingen mogen een stuk zilverfolie gebruiken om een ademhalingsapparaat of lichaamsdeel mee te maken. Sommigen verzinnen dat ze via hun heup kunnen ademhalen, anderen ademen via hun kruin. Er ontstaan prachtige, originele wezens met bijzondere bewegingen en geluiden.

Lilian van Overbeek, vakdocent drama

De vijftien vragen

cropped-toevalgezocht.jpg

De vragen in dit bericht zijn door één persoon verzameld. Zij nam de uitdaging aan zo veel mogelijk vragen voor leerlingen te zoeken waarin het gewone ongewoon wordt. Welke vraag vind jij mooi om aan je groep te stellen?

  1. Hoe zou je muziek kunnen tekenen?
  2. Welk bewegend voorwerp kun je maken met de voorwerpen in je rommellaatje?
  3. Hoe maak je een schilderij met je lichaam als kwast?
  4. Kun je je humeur vangen in een glazen potje?
  5. Van wie is deze sleutel en wat wil deze persoon bewaren?
  6. Wat zit er in het sleutelgat verborgen?
  7. Hoe ziet dit dier eruit als fossiel?
  8. Zou je kunnen schilderen met een hamer, pollepel en pureestamper?
  9. Hoe ziet een beest eruit dat beweegt door de wind?
  10. Hoe kun je een steen laten vliegen?
  11. Hoe dansen mensen in Oelaloela, die nog nooit een dans zagen?
  12. Hoe kun je deze materialen met elkaar verbinden, zodat het een machine wordt?
  13. Kun je in een tekening laten zien hoe je een olifant weegt?
  14. Kun je iets uitvinden (geen wekker!) waardoor ik op tijd wakker wordt?
  15. Hoe ziet de binnenkant van je hoofd eruit?

Ilona van den Koedijk, projectleider Muzerije, Centrum voor de Kunsten

Dichters en kunstenaars

plint-posters-deel3

Voor de Kinderboekenweek kreeg een schoolteam de opdracht met hun groep gedichten te schrijven. Dat je dit heel goed kunt combineren met beeldende kunst bewijst het verhaal van deze leerkracht. En het vooruitzicht van een eigen dichtbundel zorgt voor een hoge betrokkenheid bij haar groep 4.

Verspreid door de school hangen veel posters van Plint, de organisatie die gedichten aan kunstwerken koppelt. Ik vertel mijn groep dat we volgende maand voor de Kinderboekenweek samen ook zo’n dichtbundel gaan maken. Vervolgens introduceer ik elke week een nieuwe kunstenaar. Picasso en Van Gogh komen aan bod, maar ook minder bekende kunstenaars zoals Giacometti en Moore. Bij iedere kunstenaar kies ik een ander materiaal. Er wordt geschilderd, getekend, met klei gewerkt enzovoort. Ook gaan we op pad om beelden in de openbare ruimte van het dorp te bekijken.

Tijdens de Kinderboekenweek stimuleren de gemaakte werkstukken de leerlingen tot het schrijven van prachtige, originele gedichten voor de dichtbundel. Ieder gedicht is op voorhand voorzien van een eigen ‘illustratie’.

Later hoor ik van een ouder dat ze met haar zoon van 9 nergens meer ‘gewoon’ voorbij een beeld kan lopen zonder dat hij het van alle kanten wil bekijken en becommentariëren. Missie geslaagd!

Dymph van Griensven, groepsleerkracht primair onderwijs