De afstandsbediening

dans7Kun je dansonderwijs geven als je zelf niet goed kunt dansen? Met een beetje vakkennis en een alledaags voorwerp in de leeromgeving misschien wel. Lees het onderstaande verhaal maar van deze dansdocent en beantwoord de vraag voor jezelf.

Ik neem een afstandsbediening mee van een cd-speler en leg die in het midden van de kring. Gaan we eerst muziek luisteren? vragen de kinderen zich af.

Nee, we gaan meteen beginnen.

Ik zet de muziek aan en laat de kinderen zich verplaatsen door de zaal, kriskras door elkaar. Huppelen, galop, springen, trippelen enzovoort.

Dan pak ik de afstandsbediening en druk op de pauzeknop. De muziek stopt. De kinderen staan meteen stil. Ik vraag wie er nog meer knoppen weet en wat die knoppen op de afstandsbediening betekenen. Pauze!, snel vooruit!, juist achteruit! wordt er geroepen.

Ik vraag de kinderen hoe ze bewegen als ik de fast forward-, de pauze- of slow-motion-knop indruk en zet de muziek weer aan. Het is mooi om te zien hoe iedereen er een eigen invulling aan geeft.

Na deze oefening leer ik de kinderen een combinatie van 4×8 tellen aan. De groep wordt in drieën gedeeld. Iedere groep krijgt de opdracht de combinatie te veranderen; groep 1 met de pauze-knop, groep 2 met de slow-motion-knop, en groep 3 met de fast-forward-knop.

Natuurlijk hadden ‘achteruit spoelen’ en ‘repeat’ ook gekund.

De kinderen laten elkaar zien wat ze hebben gemaakt. Ik laat de anderen vervolgens raden welke knop van de afstandsbediening gebruikt is.

Bij de volgende opdracht gaan we een dans met drie knoppen uitvoeren. Om de dans van ieder groepje gelijk te krijgen moeten de kinderen afspreken welke beweging veranderd moet worden en hoe lang die beweging of pauze duurt. Best moeilijk om dit democratisch te doen, maar ze gaan ervoor!

Angelique Alma, o.a. vakdocent dans bij Muzelinck, Centrum voor de Kunsten

Gedicht van Sam en Lieke

Dromen in mijn bed

Dat is dolle pret

Dan droom ik over een koe

En die zegt boe (en die is meestal moe)

Dan ga ik naar het paradijs

En dan op reis

(En dan) met de trein naar Parijs!

Op school wordt in groep 4 gewerkt aan gedichten. Die middag komen ouders kijken, dus de kinderen willen er iets moois van maken. Maar hoe kun je van een gedicht nu iets  maken dat leuk is om naar te kijken en te luisteren? 

De kinderen willen heel graag een gedicht rappen. Ze kiezen één gedicht uit. Het gedicht van Sam en Lieke. Dan vraag ik of ze in groepjes alle plekken kunnen uitbeelden die in het gedicht genoemd werden. Alle kinderen gaan druk aan de slag en oefenen verschillende houdingen. Daarbij moeten ze het bijbehorende stuk tekst in een ritme zingen. Hard of zacht. Snel of langzaam. Aan het eind van de workshop laten de groepjes aan elkaar hun ‘rapversie’ van het gedicht horen en zien. En het publiek zit op het puntje van de stoel!

Lilian van Overbeek, vakdocent drama

Levende poppen

levende_poppenSoms heb je met je hele team een creatieve workshopmiddag gepland. Je ontwikkelt zelf ook een les voor je groep, binnen een specifiek kunstvak. Dat kost tijd. En die heb je eigenlijk niet. Lilian van Overbeek laat zien dat het ook anders kan, als je lef hebt!

Buiten was het grijs en het miezerde. De kinderen van groep 5/6 kwamen binnen voor hun theaterworkshop. Ze gingen tikkertje doen tussen de blokken die ik had klaargezet.

Een meisje klom op een blok en ik zette heel rustige muziek op van Kitaro. En ik wachtte af.

Het meisje begon in slow motion te bewegen. Ik wees de andere kinderen op haar bewegingen, wat zou ze aan het doen zijn?

Een leerling verzon dat ze een pop was die langzaam tot leven kwam. Dat wilden de andere kinderen ook wel zijn. We zetten nog meer lange blokken verspreid over de vloer, en alle kinderen verzonnen een eigen manier om erop en eraf te komen. Elke pop kreeg een eigen karakter. Ze ontdekten steeds meer manieren om in slow motion van de blokken af te komen.

De hele les draaide om de poppen die tot leven kwamen.

Lilian van Overbeek, vakdocent drama