Kunst van thuis

kunst_van_thuisHet IPC thema in groep 7/8 gaat over kunst. De rode draad in alle lessen is het anders kijken naar je vertrouwde wereld. Dit thema vraagt om een inspirerende, ‘out-of-the box’ opening! Voor een vliegende start schakelen duo-juffen Janneke en Helga kunstcoach Marijke Liefting in. Er is nog precies één week te gaan voor de opening van het thema…

De ouders krijgen een mail met het verzoek om in het diepste geheim een kunstwerk van thuis mee naar school te smokkelen. De kinderen mogen niets weten! Het is spannend of we wel genoeg kunst zullen ontvangen en of er misschien een kostbare Van Gogh van zolder opduikt.

Op maandag blijkt dat we meer dan genoeg werken hebben. En wat een variatie! In de pauze stellen we alle kunst op en verbergen ze onder doeken. Als de kinderen ’s middags de klas in komen zien ze alleen silhouetten. Juf Janneke denkt dat het geheim is uitgelekt maar het tegendeel blijkt waar, als we beginnen.

We doen een omschrijving-spel. Een leerling mag voor de klas een kunstwerk bekijken zonder het te onthullen. De andere kinderen kijken via de ogen van deze leerling, die omschrijft wat hij ziet. Alle andere leerlingen tekenen op zijn of haar aanwijzingen het kunstwerk na. Daarna mag de doek van het kunstwerk, de onthulling! Klopt het met je tekening?

Het eerste kunstwerk is een dinosaurus van papier-maché. Een jongen roept: ‘Wij hebben er ook zo één thuis! Maar dan met andere kleuren.’ We spelen door. Het omschrijven is een lastige klus: wat vertel je en in welke volgorde, zodat de tekeningen gaan kloppen? Het tweede kunstwerk wordt niet herkend. Later bleek dat het altijd in de kelder staat! Het derde kunstwerk, een beeldje uit Indonesië, wordt zeker herkend en uitvoerig beschreven door een meisje. Alleen denkt zij nog steeds, dat dit een kopie is van het beeld bij haar thuis. Dan verklappen we toch maar, dat moeder dit stiekem hier heeft afgeleverd.

Ter afwisseling van het beschrijven, kun je het kunstwerk een minuut tonen en de kinderen goed laten kijken. Daarna verdwijnt het weer onder het doek en gaan de kinderen tekenen wat ze hebben onthouden.

Daarna laten we de kinderen kennismaken met kunstenaars die de wereld ook net een tikje anders zien. We bekijken een foto waarop Baselitz aan het werk is. De kinderen noteren allerlei zaken die ze opvallen en dat zijn er veel! Meest gekke: dat hij ondersteboven werkt. Van Rob Scholte bekijken we de achterkanten van borduurwerken van Vermeer. Van Kusama bestuderen we de ‘stickerkamer’. Hoe laten deze kunstenaars je anders kijken?

Terug naar onze eigen kunst. Afsluitend vragen we de leerlingen om in een aanwezig kunstwerk te kruipen en daar een creatief verhaal bij te schrijven. Wat ruik je, wat hoor je, wat voel je, wie kom je tegen, wat gebeurt er, welk probleem moet jij oplossen? Als de ouders dat lezen, zullen zij ook eens heel anders tegen hun kunstwerk aankijken!

Marijke Liefting, kunstcoach (www.marijkeliefting.nl)

Het keyboard van opa

keyboard_van_opa

Dat je als leraar niet veel muzikale bagage nodig hebt om een onderzoekende muziekles te geven, bewijst dit verhaal. Een trieste gebeurtenis mondt uit in een spannende en enthousiaste competitie binnen groep 7. Een instrument en vervolgens kinderen laten ‘aanrommelen in de goede zin van het woord’ is alles wat je nodig hebt!

Mijn grootvader is overleden en bij het verdelen van zijn inboedel kon ik een oude, elektrische piano krijgen. In eerste instantie was ik niet geïnteresseerd: ik kan geen noot spelen en ben niet erg muzikaal. Maar toen bedacht ik dat we binnen onze school het vak muziek extra aandacht willen gaan geven. En het onderzoekend vermogen willen stimuleren. Ik zocht wat boekjes met eenvoudige kinderliedjes en de bijbehorende notenschema’s erbij.

In de klas vertelde ik dat ik een keyboard had gekregen, maar er niks mee kon. Toch zou ik het fijn vinden als ik weer kon luisteren naar de liedjes die mijn opa altijd zo mooi speelde. Ik deed ze een argeloos voorstel: zou het de kinderen kunnen lukken om de liedjes te leren?

Ik zocht een verlaten opslaghok op dat ik bombardeerde tot ‘muzieklokaal’. Hier konden de kinderen ongestoord oefenen, aanrommelen en van elkaar leren. Iedere dag mochten een paar kinderen een tijdje zelfstandig aan de slag. Na een week wisten de eerste ‘niet-muzikale’ kinderen foutloos ‘ik zag twee beren’ te spelen. En dus voerde ik de moeilijkheidsgraad op, door ze ‘papegaaitje leef je nog’ voor te schotelen.

Voor de kinderen werd het een competitie om steeds een niveau hoger te komen en ze gingen er helemaal in op. Uiteindelijk heb ik een lijst opgehangen waarin ze konden aangeven welke liedjes ze foutloos konden spelen. Een paar leerlingen hebben zelfs gespeeld in de kleutergroepen!

Tessa Hendriks, leerkracht groep 7

De geheime dichter

de_geheime_dichter

Welke bijzondere dingen doen jouw leerlingen af en toe? En hoe geef je ze een podium? Onderstaand verhaal is een mooi voorbeeld van wat we ‘eerlijk voortrekken’ kunnen noemen: talenten van kinderen af en toe wat extra aandacht geven in de klas. Deel ook jouw verhalen op deze blog! Doe mee!

Vonden alle kinderen vanmorgen ineens in hun bakje dit gedicht:

Alles in de zee

vissers vissen vissen

vissen springen

uit en in

 

schelpen in het water

rapen en bewaren

planten in het water

koraal

 

kriebelig en glibberig

als vissen langs je hand

Geroezemoes, gebabbel, hè wat is dat nou? Een gedicht? Heb jij er ook één? Wat gek, wat grappig, hé dat gaat over ons thema, wat een mooie woorden, kan koraal wel langs je hand glibberen als een vis?

Een prachtig gesprek ontspon zich in de klas toen de leerkracht zich hardop afvroeg of alles in de zee buiten de zee nog net zo mooi zou zijn.

Wat knap van de dichter dat hij zoveel opriep dat de hele groep erover spreken kon. Maar wie was die dichter eigenlijk?

Die  dichter, zeven jaar oud, zat gewoon tussen de andere kinderen, een beetje verlegen, heel erg trots te zijn. Want de dichter had in het geheim met de juf samen al die blaadjes in de laatjes van haar klasgenootjes gestopt. Hoe kun jij dat? vroegen ze zich af, en kan ik dat ook misschien?

Renske van Dillen, docent onderzoeksvaardigheden & literatuur

Iets dat nog niet bestaat

iets_dat_nog_niet_bestaat

Tijdens een teamscholing over creativiteit deed de trainer een argeloos voorstel: ”Zou je iets kunnen maken dat nog niet bestaat?”. De nieuwsgierigheid van alle deelnemers werd meteen gewekt. Iets maken wat nog niet bestaat? Kan dat? Natuurlijk kan dat!

We gingen aan de slag. Iedereen kreeg wat alledaagse voorwerpen, zoals een aantal lucifers, kneedgum en kleine stukjes gekleurd plastic. De uitdaging was om iets te maken wat nog niet bestond. Iedereen ging enthousiast aan de slag, en kwam bij elkaar kijken. Niemand voelde zich geremd of ‘faalangstig’, want iets maken dat nog niet bestaat, dat kan niet mislukken, toch? Toen iedereen trots naar zijn werkje stond te kijken, ging iemand rond met een doos met allerlei kleine lampjes in de rode en witte kleur. Nu kon je met deze lampjes je kunstwerk gaan belichten. Dit gaf weer een andere dimensie aan je werk. Er waren echte kunstwerk ontstaan!

Ilona van den Koedijk, projectleider bij Muzerije Centrum voor de Kunsten

Ambassadeurs van creativiteit

tekening

Stel, je vindt als leerkracht het creatieve proces belangrijker dan een mooi eindresultaat. Jouw leerlingen maken iets persoonlijks, iets met een verhaal. Maar wat ze maken, roept niet als vanzelf de bewondering van ouders op. Hoe ga je hiermee om? Ingrid Ruijgh deed het als muziekdocent op deze manier.

In mijn lespraktijk als dwarsfluitdocent maakte ik geregeld mee dat veel ouders vinden dat kinderen bij muziekles vooral “noten moet leren”. Het kwam ook vaak voor dat een ouder na de les aan het kind vroeg: “En, wat heb je geleerd?” En het kind zei: “O… niks!”

Dat bracht mij op het idee om mijn leerlingen ambassadeurs te maken van hun eigen creatieve proces. Ik liet hen muziekstukken maken door aan te rommelen, te onderzoeken, ervaren en benoemen. Ze kregen de opdracht thuis uit te leggen waarom we dat deden en daarbij lieten ze trots hun eigen gecomponeerde klanken horen. Natuurlijk kwam het noten lezen, spelenderwijs, ook goed en de leerlingen werden vrije, creatieve musici, met uiteindelijk trotse ouders!

Ingrid Ruijgh, consulent muziek

James en de 40 wezens

james

Tijdens een dramaworkshop verbeelden de leerlingen zich dat zij terechtkomen op de planeet waar James met zijn reuzenperzik is geland. Dramadocent Lilian van Overbeek doet de leerlingen, zogenaamd nonchalant, een voorstel dat een ‘brainstorm’ aan ideeën uitlokt.

We liggen in een kring, rondom een stuk papier. “Volgens mij kunnen we wel 20 wezens verzinnen die James kan tegenkomen op die planeet!” zeg ik.

“Mogen het ook niet-bestaande wezens zijn?” vraagt een leerling. Dat mag.

De kinderen verzinnen minstens 40 niet-bestaande wezens, die ik allemaal op het papier schrijf.

Daarna leg ik rollen zilverfolie klaar. De leerlingen mogen een stuk zilverfolie gebruiken om een ademhalingsapparaat of lichaamsdeel mee te maken. Sommigen verzinnen dat ze via hun heup kunnen ademhalen, anderen ademen via hun kruin. Er ontstaan prachtige, originele wezens met bijzondere bewegingen en geluiden.

Lilian van Overbeek, vakdocent drama

Juf, ik kan de cha-cha-cha!

cha-cha-cha  IMG_1065  

Onlangs was Ingrid Ruijgh op een basisschool in Vught, waar ze een muziekles meemaakte voor groep 3/4, uitgevoerd door muziekdocent Esmee Olthuis. Doel van de les was om op een onderzoekende wijze kennis te maken met de klankeigenschappen van de door de school nieuw aangeschafte instrumenten.

Voordat Esmee ook maar kon beginnen stak een meisje haar vinger op en kon niet wachten met haar boodschap: ”Juf, ik kan de cha-cha-cha!”

Vanaf dat moment ging de hele les over het ritme van de cha-cha-cha. De leerlingen hebben vol overgave gedanst op dit ritme, het ritme is op allerlei instrumenten uitgevoerd, er is alleen gemusiceerd en samen, er is geïmproviseerd, er zijn woorden gezocht die bij het ritme passen, lettergrepen zijn geteld. Er is een prentenboek bekeken dat de groepsdocent aan het voorlezen was, daaruit is een klankverhaal ontstaan dat de leerlingen, na klankonderzoek van de instrumenten, al musicerend hebben meegespeeld. Er is vakoverstijgend gewerkt en de leerlingen hebben ontdekt, gecreëerd en gereflecteerd!

Ingrid Ruijgh, consulent muziek