Le corbeau et le renard

Afbeelding

le_corbeau_le_renard

De creatieve docent Frans in dit verhaal zoekt iedere zondagavond filmpjes om haar lessen van die week te verrijken: van Stromae tot een stukje cabaret. Haar leerlingen worden uitgedaagd om alternatieven te bedenken voor bijvoorbeeld het einde van een Franse fabel. Breder geformuleerd: gebruik een creatief fabricaat van een ander als grondstof voor je eigen versie!

Als start van de les geef ik de leerlingen de Franse tekst van de fabel ‘Le corbeau et le renard’ (De raaf en de vos), een van de bekendste fabels van de Franse fabeldichter Jean de la Fontaine (1621-1695).

Ze krijgen van mij een vel met opdrachten met vragen zoals ‘Vertel wat er gebeurt’ en ‘Leg uit wat de schrijver wil zeggen met dit verhaal’. Standaard opdrachten waardoor ze zich gaan verdiepen in de tekst en de Franstalige woorden waaruit deze bestaat.

Tot slot stel ik de vraag: “Hoe zou dit verhaal ook kunnen aflopen?” De leerlingen worden uitgedaagd om zelf een andere versie van de fabel te bedenken. Alles is mogelijk. Om ze te inspireren laat ik een fragment zien van Hans Teeuwen, wat flink wat beroering veroorzaakt.

De fabel krijgt meer betekenis voor de groep en de les wordt hierdoor een stuk vrolijker. De leerlingen ontdekken dat je een verhaal ook helemaal naar je eigen hand kan zetten. Het levert prachtige, absurde verhalen op.

Ilse Issendoorn, docent Frans bij het Jan Tinbergen College in Roosendaal

James en de 40 wezens

james

Tijdens een dramaworkshop verbeelden de leerlingen zich dat zij terechtkomen op de planeet waar James met zijn reuzenperzik is geland. Dramadocent Lilian van Overbeek doet de leerlingen, zogenaamd nonchalant, een voorstel dat een ‘brainstorm’ aan ideeën uitlokt.

We liggen in een kring, rondom een stuk papier. “Volgens mij kunnen we wel 20 wezens verzinnen die James kan tegenkomen op die planeet!” zeg ik.

“Mogen het ook niet-bestaande wezens zijn?” vraagt een leerling. Dat mag.

De kinderen verzinnen minstens 40 niet-bestaande wezens, die ik allemaal op het papier schrijf.

Daarna leg ik rollen zilverfolie klaar. De leerlingen mogen een stuk zilverfolie gebruiken om een ademhalingsapparaat of lichaamsdeel mee te maken. Sommigen verzinnen dat ze via hun heup kunnen ademhalen, anderen ademen via hun kruin. Er ontstaan prachtige, originele wezens met bijzondere bewegingen en geluiden.

Lilian van Overbeek, vakdocent drama

Levende poppen

levende_poppenSoms heb je met je hele team een creatieve workshopmiddag gepland. Je ontwikkelt zelf ook een les voor je groep, binnen een specifiek kunstvak. Dat kost tijd. En die heb je eigenlijk niet. Lilian van Overbeek laat zien dat het ook anders kan, als je lef hebt!

Buiten was het grijs en het miezerde. De kinderen van groep 5/6 kwamen binnen voor hun theaterworkshop. Ze gingen tikkertje doen tussen de blokken die ik had klaargezet.

Een meisje klom op een blok en ik zette heel rustige muziek op van Kitaro. En ik wachtte af.

Het meisje begon in slow motion te bewegen. Ik wees de andere kinderen op haar bewegingen, wat zou ze aan het doen zijn?

Een leerling verzon dat ze een pop was die langzaam tot leven kwam. Dat wilden de andere kinderen ook wel zijn. We zetten nog meer lange blokken verspreid over de vloer, en alle kinderen verzonnen een eigen manier om erop en eraf te komen. Elke pop kreeg een eigen karakter. Ze ontdekten steeds meer manieren om in slow motion van de blokken af te komen.

De hele les draaide om de poppen die tot leven kwamen.

Lilian van Overbeek, vakdocent drama