De kubus en de kunstenaar

kubus

Het onderstaande verhaal had ook in de categorie ‘Het gewone ongewoon maken’ kunnen passen. Maar deze leerkracht heeft een bijzondere manier gevonden om zijn groep te interesseren voor een hedendaags kunstwerk. Zou dit werk zonder deze introductie ook de interesse van zijn groep wekken? Wat denk jij?

Ik sta voor de groep met een lege doos onder mijn arm en zeg: “Er zit iets bijzonders in deze doos. Hij zit helemaal vol, tot de rand toe vol. Wacht, ik zal proberen de doos leeg te krijgen.” Ik houd de lege doos ondersteboven en schud. Dan zet ik hem op de grond en begin de doos leeg te scheppen. Nee, hij blijft vol. Hoe kan dat?

De kinderen roepen enthousiast: “Lucht! De doos is gevuld met lucht!”

Ik vertel: “Overal om ons heen is lucht. Zwaai maar eens heel hard met je arm op en neer, dan voel je de lucht langs je arm glijden. Wind is eigenlijk lucht in beweging.”

En ik vervolg: “Een kunstenaar ontdekte ooit dat iets wat leeg lijkt, zoals deze doos, toch vol is, met lucht. Hij maakte een stalen kubus die vanbinnen hol is, maar dus wel vol met lucht. Toch wilde hij dat de kubus vanbinnen echt helemaal leeg zou zijn. Hij besloot de lucht eruit te halen met een vacuümpomp.”

Ik laat de kinderen nadenken over de vraag: hoe zal de kubus eruitzien als je alle lucht eruit haalt? Ze maken hier uiterst geconcentreerd een tekening van.

We bekijken vervolgens samen de film, waarin te zien is hoe alle lucht uit de kubus wordt gehaald. Na de film komt de term ‘imploderen’ ter sprake.

Samen met de kinderen praat ik door over deze vragen: zou er telkens dezelfde vorm ontstaan? Waarom wel of waarom niet?

Jillis Verbeek, groepsleerkracht primair onderwijs

Guernica

guernica1In het voorjaar is groep 8 in de ban van de Tweede Wereldoorlog. Ze bezoeken kamp Vught en het onderwerp ‘oorlog’ wordt akelig  actueel door een bombardement op een dorp in Gaza. De leerkracht in dit verhaal besluit om het beroemde kunstwerk van Picasso ‘Guernica’ als uitgangspunt te nemen voor een beeldende les.

De kinderen krijgen een dik vel A3 papier met hierop een paar zwarte lijnen. Ze mogen ze ermee doen wat ze willen, zolang deze lijnen maar zichtbaar blijven. Wat ze niet weten, is dat alle lijnen samen het schilderij ‘Guernica’ vormen.

De contouren van dit schilderij heb ik met behulp van het digibord en een zwarte stift overgetrokken op 24 vellen papier.

Naast papier, stof, verf, potloden, krijt en wol komen ook andere materialen naar school. Zand, pasta, pur, blaadjes, glitters en bloemen vormen een inspiratiebron voor het vullen van het vel papier. Ze zijn er dagen mee bezig!

Als de vellen klaar zijn, puzzelen we ze samen zodat het schilderij ontstaat. Naast het feit dat de groep diep onder de indruk is van de afmetingen van dit kunstwerk reageren ze enthousiast over de uitstraling; de vrolijkheid spat eraf. Ze zien enorme figuren verschijnen. De stier, het paard, een soldaat, een lamp en een raam met iemand erin.

Ik laat het origineel van Picasso zien en laat ze reageren op de verschillen. Ze vinden het maar een depressief schilderij vergeleken met hun ‘Guernica’. De hele groep is gefascineerd, want ze hebben dagenlang zonder het te weten gewerkt aan een eigen versie van dit beroemde kunstwerk.

Ik vertel het verhaal achter ‘Guernica’, trek de parallel met het bombardement op Gaza en de Tweede Wereldoorlog. We discussiëren over de betekenissen van symbolen. De kinderen leggen verbanden met hun eigen werk. Die glitters van de lamp moeten eigenlijk scherpe stukken glas zijn…

Ik heb later vernomen dat twee jongens uit de groep ‘Guernica’ in Madrid hebben bezocht en enthousiast hun ouders erover verteld hebben.

Dymph van Griensven, leerkracht primair onderwijs

De tafel en de stoel

tafel_stoelDSCN7429

Wat is er gewoner dan het tafeltje waar je elke dag aan zit? En je stoel, wat weet je daarvan? In het verhaal van deze leerkracht worden tafel en stoel ongewoon gemaakt, en daarmee objecten van onderzoek.

De leerlingen komen het handvaardigheidslokaal binnen. In het midden staat iets verborgen onder een laken.

“Wat zit daaronder?” vragen ze.

“Ik zal het zo vertellen,” zeg ik. Ze zoeken snel een plekje en ik ga verder: “Hieronder staan een stoel en een tafel uit jullie klas. Ik haal het laken er nog niet af, want ik ben benieuwd wat jullie allemaal weten over jullie eigen stoelen en tafels. Je zit er elke dag op en aan. Hoe zien ze eruit?”

De reacties volgen elkaar op. De leerlingen kunnen samen best veel benoemen, tot en met kleine details.

“Wow, jullie hebben veel beschreven. We gaan kijken of het allemaal klopt.” Het laken gaat eraf. De leerlingen zien dat ze veel goed benoemd hebben, maar veel ook niet.

“Ik heb hier allerlei materiaal en gereedschap,” ga ik verder. “Kartonnen platen, kleine en grote kokers, golfkarton, tape, scharen, papier, behangplaksel. We gaan de stoel en tafel namaken op ware grootte, met al deze materialen.”

Ik laat een paar dingen zien om ze op weg te helpen. Bijvoorbeeld: hoe maak je een bocht in een kartonnen koker? Je maakt eerst drie of vier inkepingen in de koker, en daarna buig je hem in de goede bocht, zoals de bocht bij de tafel of stoel. Om de bocht te verstevigen tape je hem goed in. De kleuren maak je zelf door verf te mengen. De leerlingen gebruiken een boek over kleurenleer. Met stevige tape plakken ze alles aan elkaar.

“Kijk steeds goed naar tafel en stoel en vergelijk afmetingen, bochten en kleuren. Veel succes!”

Jillis Verbeek, leerkracht primair onderwijs

4tafelenstoel