Het keyboard van opa

keyboard_van_opa

Dat je als leraar niet veel muzikale bagage nodig hebt om een onderzoekende muziekles te geven, bewijst dit verhaal. Een trieste gebeurtenis mondt uit in een spannende en enthousiaste competitie binnen groep 7. Een instrument en vervolgens kinderen laten ‘aanrommelen in de goede zin van het woord’ is alles wat je nodig hebt!

Mijn grootvader is overleden en bij het verdelen van zijn inboedel kon ik een oude, elektrische piano krijgen. In eerste instantie was ik niet geïnteresseerd: ik kan geen noot spelen en ben niet erg muzikaal. Maar toen bedacht ik dat we binnen onze school het vak muziek extra aandacht willen gaan geven. En het onderzoekend vermogen willen stimuleren. Ik zocht wat boekjes met eenvoudige kinderliedjes en de bijbehorende notenschema’s erbij.

In de klas vertelde ik dat ik een keyboard had gekregen, maar er niks mee kon. Toch zou ik het fijn vinden als ik weer kon luisteren naar de liedjes die mijn opa altijd zo mooi speelde. Ik deed ze een argeloos voorstel: zou het de kinderen kunnen lukken om de liedjes te leren?

Ik zocht een verlaten opslaghok op dat ik bombardeerde tot ‘muzieklokaal’. Hier konden de kinderen ongestoord oefenen, aanrommelen en van elkaar leren. Iedere dag mochten een paar kinderen een tijdje zelfstandig aan de slag. Na een week wisten de eerste ‘niet-muzikale’ kinderen foutloos ‘ik zag twee beren’ te spelen. En dus voerde ik de moeilijkheidsgraad op, door ze ‘papegaaitje leef je nog’ voor te schotelen.

Voor de kinderen werd het een competitie om steeds een niveau hoger te komen en ze gingen er helemaal in op. Uiteindelijk heb ik een lijst opgehangen waarin ze konden aangeven welke liedjes ze foutloos konden spelen. Een paar leerlingen hebben zelfs gespeeld in de kleutergroepen!

Tessa Hendriks, leerkracht groep 7

Iets dat nog niet bestaat

iets_dat_nog_niet_bestaat

Tijdens een teamscholing over creativiteit deed de trainer een argeloos voorstel: ”Zou je iets kunnen maken dat nog niet bestaat?”. De nieuwsgierigheid van alle deelnemers werd meteen gewekt. Iets maken wat nog niet bestaat? Kan dat? Natuurlijk kan dat!

We gingen aan de slag. Iedereen kreeg wat alledaagse voorwerpen, zoals een aantal lucifers, kneedgum en kleine stukjes gekleurd plastic. De uitdaging was om iets te maken wat nog niet bestond. Iedereen ging enthousiast aan de slag, en kwam bij elkaar kijken. Niemand voelde zich geremd of ‘faalangstig’, want iets maken dat nog niet bestaat, dat kan niet mislukken, toch? Toen iedereen trots naar zijn werkje stond te kijken, ging iemand rond met een doos met allerlei kleine lampjes in de rode en witte kleur. Nu kon je met deze lampjes je kunstwerk gaan belichten. Dit gaf weer een andere dimensie aan je werk. Er waren echte kunstwerk ontstaan!

Ilona van den Koedijk, projectleider bij Muzerije Centrum voor de Kunsten

James en de 40 wezens

james

Tijdens een dramaworkshop verbeelden de leerlingen zich dat zij terechtkomen op de planeet waar James met zijn reuzenperzik is geland. Dramadocent Lilian van Overbeek doet de leerlingen, zogenaamd nonchalant, een voorstel dat een ‘brainstorm’ aan ideeën uitlokt.

We liggen in een kring, rondom een stuk papier. “Volgens mij kunnen we wel 20 wezens verzinnen die James kan tegenkomen op die planeet!” zeg ik.

“Mogen het ook niet-bestaande wezens zijn?” vraagt een leerling. Dat mag.

De kinderen verzinnen minstens 40 niet-bestaande wezens, die ik allemaal op het papier schrijf.

Daarna leg ik rollen zilverfolie klaar. De leerlingen mogen een stuk zilverfolie gebruiken om een ademhalingsapparaat of lichaamsdeel mee te maken. Sommigen verzinnen dat ze via hun heup kunnen ademhalen, anderen ademen via hun kruin. Er ontstaan prachtige, originele wezens met bijzondere bewegingen en geluiden.

Lilian van Overbeek, vakdocent drama