De mummie van Christo

mummie

Als ze met haar onderbouwgroep het thema Het Oude Egypte verkent, merkt Dymph van Griensven dat de betrokkenheid van de kinderen de kant van mummies op gaat. Ze besluit een mini-les over mummies te improviseren. De leerlingen verbazen zich erover dat ook katten ingepakt werden. Ze gaan zelf aan de slag en pakken hun knuffels in. Het project eindigt met een levensechte tentoonstelling.

“Ik wil de auto van mijn vader wel inpakken en over de wolken crossen,” vertelt een leerling tijdens een kringgesprek.

“Dat kan helemaal niet, dat is veel te groot!” reageert een ander.

“Wel waar, dat kan wel!” zegt de leerling.

Kun je álles inpakken? Ik laat de groep afbeeldingen zien van het werk van kunstenaar Christo. Hij staat bekend om zijn ‘inpakkunst’ en heeft grote gebouwen en bruggen ingepakt. Er gaat een wereld voor ze open.

“De lucht kun je niet inpakken!” reageert er een. “Jawel hoor,” roept een andere leerling, “met een ballon.” De groep gaat helemaal los.

Egypte raakt op de achtergrond; iedereen gaat van alles inpakken. Wat zie je? Wat voor een vorm heeft het voorwerp? De leerlingen raken in de ban van contouren, ze voelen en ruiken, alle zintuigen komen aan bod.

Mijn groep sluit het thema af met een tentoonstelling. Er worden rondleidingen gegeven en leerlingen vertellen over het werk van Christo. Eén leerling heeft zichzelf met wc-papier als mummie ingepakt en gaat twee uur doodstil op een stoel zitten met een bordje erbij: levende kunstenaar-mummie, nu zie je mij anders!

Dymph van Griensven, leerkracht primair onderwijs

Wie past er op Lodewijk?

lodewijk

Het verhaal van Astrid Albers begint met een probleem en kan daardoor ook binnen de categorie ‘openen met een incident’ vallen. Maar uiteindelijk zorgt de educatie er voor dat een kunstwerk van een dier zó levensecht wordt voor de kinderen, dat dit verhaal een beetje triest eindigt…

Een ansichtkaart komt wordt bezorgd bij de kleuters. De kaart is van kunstenaar Peter Bastiaanssen. Zijn hond Lodewijk past op het huis, want zijn baasje is op vakantie. Maar wie past er op Lodewijk?

De kinderen willen dat wel doen! Ze brengen een bezoek aan de tentoonstelling die op school is opgebouwd. Peter Bastiaanssen heeft een eigen wereldje gecreëerd met een tafel, stoeltjes, een kachel met koffiepot, een schilderij, een koekoeksklok, een grote goudvis en een hond op een kleedje. Alles is van hout en heel groot.

In de tentoonstelling speelt, net als in al het andere werk van Peter, zijn hond een grote rol.

De kleuters hebben allemaal iets voor Lodewijk meegenomen waarvan ze denken dat hij daar blij van wordt: een tekening, speelgoed van klei, een riem, een vriendje, een bot, hondenbrokjes, Unox rookworsten enzovoort. Dat Lodewijk een houten beeld is, maakt geen enkel verschil voor hun beleving. Als de tentoonstelling wordt afgebroken en Lodewijk in een houten kist de school uit wordt gereden, barsten sommige kleuters in tranen uit omdat ze het zo zielig vinden!

Astrid Albers, werkzaam bij Kunstbedrijf Arnhem

De koffer van de meester

cropped-sam2.jpg

Tijdens zijn stage nam Jillis Verbeek elke dag een koffer mee naar groep 1/2. Iedere dag zat er iets anders in dat aansloot bij de activiteiten van die dag. De koffer verbeeldde voor hemzelf, en ook voor de kleuters, de gastrol die hij ‘speelde’ als stagiair bij deze groep. Al snel was hij voor hen ‘de meester met de koffer.

“Meester, heb je de koffer weer bij je? Wat zit er vandaag in?”

Iedere dag stelden de leerlingen deze vragen. En iedere dag zat er iets anders in mijn koffer.

Bij taallessen kwam er een letter uit. De letter(greep) ee zat onder het zand op de bodem van de zee (in de koffer). Arie de Letterkanarie, onderdeel van lesmethode ‘Villa Letterpret’, dook onder water om de ee op te duiken.

Ook kwam er een keer een spannende schatkaart uit de koffer. De kleuters moesten op zoek naar de drie geheime woorden door goed te kijken wat er op een drietal plaatjes was afgebeeld, van bovenaf gefotografeerd. Fiets, boot, katten.

Bij rekenen had ik een grappig aapje in de koffer gedaan. Slaapaap heette hij. Ik vertelde dat ik eigenlijk Rekenaap had uitgenodigd om mee te komen, maar die was zo druk met rekenen dat hij Slaapaap stuurde om mij te helpen bij de lessen. Maar Slaapaap sliep natuurlijk de hele tijd, liggend in de koffer. Voordeel was dat ik de kleuters zelf aan het werk kon zetten met rekenen, in stilte om Slaapaap niet wakker te maken.

De koffer bood de kinderen iedere dag een spannend vooruitzicht, waardoor ze langer gemotiveerd bleven voor een les.

Jillis Verbeek, leerkracht primair onderwijs

Ambassadeurs van creativiteit

tekening

Stel, je vindt als leerkracht het creatieve proces belangrijker dan een mooi eindresultaat. Jouw leerlingen maken iets persoonlijks, iets met een verhaal. Maar wat ze maken, roept niet als vanzelf de bewondering van ouders op. Hoe ga je hiermee om? Ingrid Ruijgh deed het als muziekdocent op deze manier.

In mijn lespraktijk als dwarsfluitdocent maakte ik geregeld mee dat veel ouders vinden dat kinderen bij muziekles vooral “noten moet leren”. Het kwam ook vaak voor dat een ouder na de les aan het kind vroeg: “En, wat heb je geleerd?” En het kind zei: “O… niks!”

Dat bracht mij op het idee om mijn leerlingen ambassadeurs te maken van hun eigen creatieve proces. Ik liet hen muziekstukken maken door aan te rommelen, te onderzoeken, ervaren en benoemen. Ze kregen de opdracht thuis uit te leggen waarom we dat deden en daarbij lieten ze trots hun eigen gecomponeerde klanken horen. Natuurlijk kwam het noten lezen, spelenderwijs, ook goed en de leerlingen werden vrije, creatieve musici, met uiteindelijk trotse ouders!

Ingrid Ruijgh, consulent muziek

James en de 40 wezens

james

Tijdens een dramaworkshop verbeelden de leerlingen zich dat zij terechtkomen op de planeet waar James met zijn reuzenperzik is geland. Dramadocent Lilian van Overbeek doet de leerlingen, zogenaamd nonchalant, een voorstel dat een ‘brainstorm’ aan ideeën uitlokt.

We liggen in een kring, rondom een stuk papier. “Volgens mij kunnen we wel 20 wezens verzinnen die James kan tegenkomen op die planeet!” zeg ik.

“Mogen het ook niet-bestaande wezens zijn?” vraagt een leerling. Dat mag.

De kinderen verzinnen minstens 40 niet-bestaande wezens, die ik allemaal op het papier schrijf.

Daarna leg ik rollen zilverfolie klaar. De leerlingen mogen een stuk zilverfolie gebruiken om een ademhalingsapparaat of lichaamsdeel mee te maken. Sommigen verzinnen dat ze via hun heup kunnen ademhalen, anderen ademen via hun kruin. Er ontstaan prachtige, originele wezens met bijzondere bewegingen en geluiden.

Lilian van Overbeek, vakdocent drama

De vijftien vragen

cropped-toevalgezocht.jpg

De vragen in dit bericht zijn door één persoon verzameld. Zij nam de uitdaging aan zo veel mogelijk vragen voor leerlingen te zoeken waarin het gewone ongewoon wordt. Welke vraag vind jij mooi om aan je groep te stellen?

  1. Hoe zou je muziek kunnen tekenen?
  2. Welk bewegend voorwerp kun je maken met de voorwerpen in je rommellaatje?
  3. Hoe maak je een schilderij met je lichaam als kwast?
  4. Kun je je humeur vangen in een glazen potje?
  5. Van wie is deze sleutel en wat wil deze persoon bewaren?
  6. Wat zit er in het sleutelgat verborgen?
  7. Hoe ziet dit dier eruit als fossiel?
  8. Zou je kunnen schilderen met een hamer, pollepel en pureestamper?
  9. Hoe ziet een beest eruit dat beweegt door de wind?
  10. Hoe kun je een steen laten vliegen?
  11. Hoe dansen mensen in Oelaloela, die nog nooit een dans zagen?
  12. Hoe kun je deze materialen met elkaar verbinden, zodat het een machine wordt?
  13. Kun je in een tekening laten zien hoe je een olifant weegt?
  14. Kun je iets uitvinden (geen wekker!) waardoor ik op tijd wakker wordt?
  15. Hoe ziet de binnenkant van je hoofd eruit?

Ilona van den Koedijk, projectleider Muzerije, Centrum voor de Kunsten

De echokoffer

kleinebeverecho

Na het voorlezen van ‘Kleine Bever en de echo’ speelt de koffer van de meester een belangrijke rol om groep 1/2 te enthousiasmeren en een eenvoudig ritme te laten klappen. Zo leuk is muziekonderwijs! 

Ik zet mijn koffer midden in de kring. Het is een heel bijzondere koffer, let maar eens op…

Ik roep “Haaallo!” in de koffer en luister dan aandachtig of ik iets hoor.

Hé, wat vreemd, ik hoor niks, het blijft stil.

Ik roep nog eens: “Haaaaallo!” Horen we nu iets? Ik luister weer aandachtig. Dat gaat zo even door.

Op een gegeven moment zijn er kinderen die “hallo” terugroepen.

Hé, hoor ik dat goed? Een echo! Ja, mijn echokoffer doet het weer! Mijn vriendje is terug! Eens even kijken wat hij nog meer kan.

Ik roep van alles in de koffer, wat de leerlingen vervolgens nadoen. De ene keer heel hard, de andere keer fluisterend.

Daarna laat ik enkele kinderen in de koffer roepen. Doet de koffer het nu ook?

Ik klap boven de koffer. 1x, 2x, 5x… De kinderen doen dit na. Dan klap ik een aantal keer snel en de kinderen doen dat ook na. Vervolgens klap ik een paar keer heel langzaam, en zo ga ik allengs naar het klappen van een simpel ritme.

Als dat gelukt is, mogen de kinderen één voor één in de echokoffer klappen, en klapt de groep het ritme na.

Jillis Verbeek, leerkracht primair onderwijs