De liggende luisteraars

de_liggendeluisteraars

Maanden had ze gewerkt aan dit project. Het móést wel bijzonder worden. Als educatief medewerker bij een museum was het Esther Leenders gelukt om professionele musici van Het Limburgs Symfonie Orkest te laten optreden bij kunstwerken in een museum: een totaalbeleving waarbij beeldende kunst en klassieke muziek elkaar versterken. Docenten waren enthousiast; de leerlingen goed voorbereid. Maar het liep anders…

Enigszins gedesillusioneerd keken we toe hoe de eerste groep, een havo 4-klas, de zaal na het concert verliet. “Zo, en nu naar de McDonalds!” was het algemene geluid. Zeker, ze hadden braaf geluisterd, op een groepje giechelende meiden na, maar het oogde al met al behoorlijk passief. Het beoogde ‘wow’-effect was uitgebleven.

Wat konden we doen om het tij te keren? Bij de volgende groep deden we – bij wijze van experiment – iets radicaals. De leerlingen moesten verspreid over de zaal op hun rug gaan liggen. Plat op de vloer, maar wel met hun ogen gericht op een kunstwerk. De muziek begon, en het was muisstil, de volle 20 minuten lang.

Na afloop verliet de groep beduusd de zaal. Even bijkomen van deze ervaring, gepraat werd er niet. We hoorden later van de docenten dat het concert bij velen indruk had gemaakt. Het was een goede voorzet geweest om te onderzoeken wat kunst voor hen zou kunnen betekenen. De verwondering had haar werk gedaan!

Esther Leenders, consulent kunsteducatie bij Kunstbalie

De kubus en de kunstenaar

kubus

Het onderstaande verhaal had ook in de categorie ‘Het gewone ongewoon maken’ kunnen passen. Maar deze leerkracht heeft een bijzondere manier gevonden om zijn groep te interesseren voor een hedendaags kunstwerk. Zou dit werk zonder deze introductie ook de interesse van zijn groep wekken? Wat denk jij?

Ik sta voor de groep met een lege doos onder mijn arm en zeg: “Er zit iets bijzonders in deze doos. Hij zit helemaal vol, tot de rand toe vol. Wacht, ik zal proberen de doos leeg te krijgen.” Ik houd de lege doos ondersteboven en schud. Dan zet ik hem op de grond en begin de doos leeg te scheppen. Nee, hij blijft vol. Hoe kan dat?

De kinderen roepen enthousiast: “Lucht! De doos is gevuld met lucht!”

Ik vertel: “Overal om ons heen is lucht. Zwaai maar eens heel hard met je arm op en neer, dan voel je de lucht langs je arm glijden. Wind is eigenlijk lucht in beweging.”

En ik vervolg: “Een kunstenaar ontdekte ooit dat iets wat leeg lijkt, zoals deze doos, toch vol is, met lucht. Hij maakte een stalen kubus die vanbinnen hol is, maar dus wel vol met lucht. Toch wilde hij dat de kubus vanbinnen echt helemaal leeg zou zijn. Hij besloot de lucht eruit te halen met een vacuümpomp.”

Ik laat de kinderen nadenken over de vraag: hoe zal de kubus eruitzien als je alle lucht eruit haalt? Ze maken hier uiterst geconcentreerd een tekening van.

We bekijken vervolgens samen de film, waarin te zien is hoe alle lucht uit de kubus wordt gehaald. Na de film komt de term ‘imploderen’ ter sprake.

Samen met de kinderen praat ik door over deze vragen: zou er telkens dezelfde vorm ontstaan? Waarom wel of waarom niet?

Jillis Verbeek, groepsleerkracht primair onderwijs

De afstandsbediening

dans7Kun je dansonderwijs geven als je zelf niet goed kunt dansen? Met een beetje vakkennis en een alledaags voorwerp in de leeromgeving misschien wel. Lees het onderstaande verhaal maar van deze dansdocent en beantwoord de vraag voor jezelf.

Ik neem een afstandsbediening mee van een cd-speler en leg die in het midden van de kring. Gaan we eerst muziek luisteren? vragen de kinderen zich af.

Nee, we gaan meteen beginnen.

Ik zet de muziek aan en laat de kinderen zich verplaatsen door de zaal, kriskras door elkaar. Huppelen, galop, springen, trippelen enzovoort.

Dan pak ik de afstandsbediening en druk op de pauzeknop. De muziek stopt. De kinderen staan meteen stil. Ik vraag wie er nog meer knoppen weet en wat die knoppen op de afstandsbediening betekenen. Pauze!, snel vooruit!, juist achteruit! wordt er geroepen.

Ik vraag de kinderen hoe ze bewegen als ik de fast forward-, de pauze- of slow-motion-knop indruk en zet de muziek weer aan. Het is mooi om te zien hoe iedereen er een eigen invulling aan geeft.

Na deze oefening leer ik de kinderen een combinatie van 4×8 tellen aan. De groep wordt in drieën gedeeld. Iedere groep krijgt de opdracht de combinatie te veranderen; groep 1 met de pauze-knop, groep 2 met de slow-motion-knop, en groep 3 met de fast-forward-knop.

Natuurlijk hadden ‘achteruit spoelen’ en ‘repeat’ ook gekund.

De kinderen laten elkaar zien wat ze hebben gemaakt. Ik laat de anderen vervolgens raden welke knop van de afstandsbediening gebruikt is.

Bij de volgende opdracht gaan we een dans met drie knoppen uitvoeren. Om de dans van ieder groepje gelijk te krijgen moeten de kinderen afspreken welke beweging veranderd moet worden en hoe lang die beweging of pauze duurt. Best moeilijk om dit democratisch te doen, maar ze gaan ervoor!

Angelique Alma, o.a. vakdocent dans bij Muzelinck, Centrum voor de Kunsten

Gedicht van Sam en Lieke

Dromen in mijn bed

Dat is dolle pret

Dan droom ik over een koe

En die zegt boe (en die is meestal moe)

Dan ga ik naar het paradijs

En dan op reis

(En dan) met de trein naar Parijs!

Op school wordt in groep 4 gewerkt aan gedichten. Die middag komen ouders kijken, dus de kinderen willen er iets moois van maken. Maar hoe kun je van een gedicht nu iets  maken dat leuk is om naar te kijken en te luisteren? 

De kinderen willen heel graag een gedicht rappen. Ze kiezen één gedicht uit. Het gedicht van Sam en Lieke. Dan vraag ik of ze in groepjes alle plekken kunnen uitbeelden die in het gedicht genoemd werden. Alle kinderen gaan druk aan de slag en oefenen verschillende houdingen. Daarbij moeten ze het bijbehorende stuk tekst in een ritme zingen. Hard of zacht. Snel of langzaam. Aan het eind van de workshop laten de groepjes aan elkaar hun ‘rapversie’ van het gedicht horen en zien. En het publiek zit op het puntje van de stoel!

Lilian van Overbeek, vakdocent drama

Guernica

guernica1In het voorjaar is groep 8 in de ban van de Tweede Wereldoorlog. Ze bezoeken kamp Vught en het onderwerp ‘oorlog’ wordt akelig  actueel door een bombardement op een dorp in Gaza. De leerkracht in dit verhaal besluit om het beroemde kunstwerk van Picasso ‘Guernica’ als uitgangspunt te nemen voor een beeldende les.

De kinderen krijgen een dik vel A3 papier met hierop een paar zwarte lijnen. Ze mogen ze ermee doen wat ze willen, zolang deze lijnen maar zichtbaar blijven. Wat ze niet weten, is dat alle lijnen samen het schilderij ‘Guernica’ vormen.

De contouren van dit schilderij heb ik met behulp van het digibord en een zwarte stift overgetrokken op 24 vellen papier.

Naast papier, stof, verf, potloden, krijt en wol komen ook andere materialen naar school. Zand, pasta, pur, blaadjes, glitters en bloemen vormen een inspiratiebron voor het vullen van het vel papier. Ze zijn er dagen mee bezig!

Als de vellen klaar zijn, puzzelen we ze samen zodat het schilderij ontstaat. Naast het feit dat de groep diep onder de indruk is van de afmetingen van dit kunstwerk reageren ze enthousiast over de uitstraling; de vrolijkheid spat eraf. Ze zien enorme figuren verschijnen. De stier, het paard, een soldaat, een lamp en een raam met iemand erin.

Ik laat het origineel van Picasso zien en laat ze reageren op de verschillen. Ze vinden het maar een depressief schilderij vergeleken met hun ‘Guernica’. De hele groep is gefascineerd, want ze hebben dagenlang zonder het te weten gewerkt aan een eigen versie van dit beroemde kunstwerk.

Ik vertel het verhaal achter ‘Guernica’, trek de parallel met het bombardement op Gaza en de Tweede Wereldoorlog. We discussiëren over de betekenissen van symbolen. De kinderen leggen verbanden met hun eigen werk. Die glitters van de lamp moeten eigenlijk scherpe stukken glas zijn…

Ik heb later vernomen dat twee jongens uit de groep ‘Guernica’ in Madrid hebben bezocht en enthousiast hun ouders erover verteld hebben.

Dymph van Griensven, leerkracht primair onderwijs

Kleuren en emoties

MATTENDansparels

Dans begint met emotie, zegt dansdocent Angelique Alma. Om haar leerlingen dit te laten ervaren, bedacht ze deze betekenisvolle les met vragen waar geen fout antwoord op kan volgen.

Op de vloer in de gymzaal leg ik overal gekleurde vellen neer.

Ik wil het met de kinderen over emoties hebben.

Ik vraag: “Waar denk je aan bij de kleur groen?”

Allerlei verschillende antwoorden volgen elkaar op: van gras tot een groen stoplicht. Bij rood varieert het van lippenstift tot smeulend vuur.

Ik laat de kinderen een kleur kiezen waar ze bij gaan staan. Ze krijgen de opdracht om een beweging te zoeken bij deze kleur, iets dat laat zien welke betekenis de kleur voor hen heeft. Bijvoorbeeld: rennen door het groene gras. De leerlingen zweven vervolgens door de blauwe lucht of rollen door het gele zand.

Daarna vraag ik de kinderen wat ze voelen bij een bepaalde kleur. Deze vraag is wat moeilijker, maar doordat ze eerst aan iets concreets hebben gewerkt, wordt het makkelijker om er een gevoel bij te hebben. Vrolijk door het groene gras, ontspannen in de gele zon, bang in het donkere zwart, blij door de blauwe lucht zweven of zwemmen in het blauwe water.

Elk gevoel is goed, want iedereen heeft een ander gevoel bij een andere kleur.

Dan komt natuurlijk de vraag: “Hoe beeld je zonder woorden uit dat je boos bent of bang?”

“Dan moet je ergens aan denken!” roepen de kinderen. “Als ik denk aan een spin, ben ik bang, dan kruip ik in een hoekje of ren ik héél hard weg en gil. Of ga ik hard stampen!”

En dat kun je laten zien in een dans!

Angelique Alma, vakdocent dans

De tafel en de stoel

tafel_stoelDSCN7429

Wat is er gewoner dan het tafeltje waar je elke dag aan zit? En je stoel, wat weet je daarvan? In het verhaal van deze leerkracht worden tafel en stoel ongewoon gemaakt, en daarmee objecten van onderzoek.

De leerlingen komen het handvaardigheidslokaal binnen. In het midden staat iets verborgen onder een laken.

“Wat zit daaronder?” vragen ze.

“Ik zal het zo vertellen,” zeg ik. Ze zoeken snel een plekje en ik ga verder: “Hieronder staan een stoel en een tafel uit jullie klas. Ik haal het laken er nog niet af, want ik ben benieuwd wat jullie allemaal weten over jullie eigen stoelen en tafels. Je zit er elke dag op en aan. Hoe zien ze eruit?”

De reacties volgen elkaar op. De leerlingen kunnen samen best veel benoemen, tot en met kleine details.

“Wow, jullie hebben veel beschreven. We gaan kijken of het allemaal klopt.” Het laken gaat eraf. De leerlingen zien dat ze veel goed benoemd hebben, maar veel ook niet.

“Ik heb hier allerlei materiaal en gereedschap,” ga ik verder. “Kartonnen platen, kleine en grote kokers, golfkarton, tape, scharen, papier, behangplaksel. We gaan de stoel en tafel namaken op ware grootte, met al deze materialen.”

Ik laat een paar dingen zien om ze op weg te helpen. Bijvoorbeeld: hoe maak je een bocht in een kartonnen koker? Je maakt eerst drie of vier inkepingen in de koker, en daarna buig je hem in de goede bocht, zoals de bocht bij de tafel of stoel. Om de bocht te verstevigen tape je hem goed in. De kleuren maak je zelf door verf te mengen. De leerlingen gebruiken een boek over kleurenleer. Met stevige tape plakken ze alles aan elkaar.

“Kijk steeds goed naar tafel en stoel en vergelijk afmetingen, bochten en kleuren. Veel succes!”

Jillis Verbeek, leerkracht primair onderwijs

4tafelenstoel